ECLI:NL:HR:2024:184

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
22/04131
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 lid 1 SrArt. 36f lid 5 SrArt. 6:4 lid 20 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak openlijke geweldpleging na voetbalwedstrijd

In deze zaak stond de verdachte terecht voor openlijke geweldpleging tegen politieagenten, het vernielen van straatmeubilair, politievoertuigen en het wegdek na een verloren voetbalwedstrijd in Breda in 2021. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof had verzuimd het aantal dagen gijzeling te bepalen dat verbonden is aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel, zoals vereist op grond van artikel 36f lid 5 Sr in samenhang met artikel 6:4 lid 20 Sv Pro. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest leidt.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof te geven, omdat de klacht niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen, het arrest van het hof blijft ongewijzigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04131 J
Datum6 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 november 2022, nummer 20-001159-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 februari 2024.