ECLI:NL:HR:2024:1755
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014
Belanghebbende, een B.V., was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2014 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het Hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 29 november 2024 door de raadsheren Faase, Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.