ECLI:NL:HR:2024:1723

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
23/04548
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake uitleg dwangsom in civiele zaak

In deze civiele zaak heeft de man cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023, waarin een geschil over de uitleg van een opgelegde dwangsom centraal stond. De vrouw is in cassatie verstek verleend. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het arrest van het hof voor het gedingverloop in de lagere instanties.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen, een standpunt dat door de raadsman van de man schriftelijk is beantwoord. De Hoge Raad heeft de klachten van de man beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de man veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de vrouw nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door vicepresident Kroeze als voorzitter en raadsheren Wattendorff en ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide op 22 november 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04548
Datum22 november 2024
ARREST
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/385154 / HA ZA 21-251 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 september 2021 en 16 maart 2022;
b. het arrest in de zaak 200.313.294.01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023.
De man heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de vrouw is verstek verleend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
22 november 2024.