ECLI:NL:HR:2024:1708
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2016, 2017 en 2018, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad de conclusie van repliek van belanghebbende, die na de gestelde termijn was ingediend, niet in behandeling genomen. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren E.F. Faase (voorzitter), P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.