Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 november 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen verdachte wegens mishandeling heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep na de wettelijke termijn was ingesteld. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek uit het proces-verbaal dat verdachte niet het recht was gelaten het laatste woord te voeren, zoals vereist volgens artikel 283 lid 6 juncto Pro lid 3 Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet naleven van deze procedurele waarborg leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3250). De klacht van verdachte is gegrond verklaard, waardoor verdere behandeling van het cassatiemiddel achterwege blijft.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing in het hoger beroep, waarbij het recht op het laatste woord aan verdachte moet worden verleend.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting waarbij het recht op het laatste woord aan verdachte wordt verleend.