ECLI:NL:HR:2024:1593
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in AOW-zaak tegen Sociale verzekeringsbank
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 maart 2024, die op haar beurt een hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. De zaak betreft een besluit van de Sociale verzekeringsbank in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij advies ingewonnen bij de procureur-generaal. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen en heeft het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is vastgesteld door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.