ECLI:NL:HR:2024:1588
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het ingediende beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 20 augustus 2024 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, met een uiterste datum van 1 oktober 2024.
Ondanks deze mogelijkheid heeft belanghebbende nagelaten de gronden alsnog in te dienen. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad besloten het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is op 8 november 2024 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarmee het cassatieberoep definitief is afgerond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van de gronden binnen de gestelde termijn.