ECLI:NL:HR:2024:1581
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging erfgenamen
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie ingesteld door A.A. Wouters namens de erven van een overledene tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De Hoge Raad vroeg de indiener om binnen zes weken een verklaring van erfrecht en een door alle erfgenamen getekende volmacht of een verklaring van een executeur te overleggen.
Ondanks dat de brief met dit verzoek door de indiener was ontvangen, werd niet voldaan aan deze eis. De Hoge Raad concludeerde daarom dat de indiener niet bevoegd was om het beroep namens de erven in te stellen.
Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Boerlage en Van der Voort Maarschalk op 8 november 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging van alle erfgenamen.