ECLI:NL:HR:2024:1580
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak niet-ontvankelijk
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 februari 2024. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat bepaalt dat de Hoge Raad alleen kennisneemt van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken indien dit bij wet is toegestaan.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toestaat, verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest werd vastgesteld door de raadsheer Wortel als voorzitter en de raadsheren Boerlage en Van der Voort Maarschalk, en op 8 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke openstelling.