ECLI:NL:HR:2024:150
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2014, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen betroffen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ook zag de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.