ECLI:NL:HR:2024:1468

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
14 oktober 2024
Zaaknummer
22/04189
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.1.a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen opzetheling gestolen auto

De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van medeplegen van opzetheling van een gestolen auto. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde echter dat verdachte wel wetenschap had van de herkomst van de auto en dat sprake was van een vooraf afgesproken plan met medeverdachte om de gestolen auto op te halen.

Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op het feit dat verdachte laat in de avond samen met medeverdachte naar Breda reed om een zeer kostbare auto op te halen zonder zich te vergewissen van de herkomst. Daarnaast speelde een telefoongesprek tussen de opdrachtgever en medeverdachte een rol, waaruit bleek dat de auto 'sneaky' geparkeerd stond, wat het hof aannemelijk achtte dat verdachte heeft gehoord.

De verdachte gaf geen aannemelijke verklaring die het oordeel van het hof ontzenuwde. Ook de taakverdeling waarbij verdachte een minder gewichtige bijdrage had en zijn beloning via medeverdachte ontving, deed niet af aan de conclusie van bewuste en nauwe samenwerking.

De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel niet tot cassatie leidt en bevestigt het oordeel van het hof. Het beroep van verdachte wordt verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van opzetheling van een gestolen auto.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04189
Datum22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2022, nummer 23-002269-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde medeplegen van opzetheling.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 oktober 2024.