Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
22 oktober 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van medeplegen van opzetheling van een gestolen auto. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde echter dat verdachte wel wetenschap had van de herkomst van de auto en dat sprake was van een vooraf afgesproken plan met medeverdachte om de gestolen auto op te halen.
Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op het feit dat verdachte laat in de avond samen met medeverdachte naar Breda reed om een zeer kostbare auto op te halen zonder zich te vergewissen van de herkomst. Daarnaast speelde een telefoongesprek tussen de opdrachtgever en medeverdachte een rol, waaruit bleek dat de auto 'sneaky' geparkeerd stond, wat het hof aannemelijk achtte dat verdachte heeft gehoord.
De verdachte gaf geen aannemelijke verklaring die het oordeel van het hof ontzenuwde. Ook de taakverdeling waarbij verdachte een minder gewichtige bijdrage had en zijn beloning via medeverdachte ontving, deed niet af aan de conclusie van bewuste en nauwe samenwerking.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel niet tot cassatie leidt en bevestigt het oordeel van het hof. Het beroep van verdachte wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van opzetheling van een gestolen auto.