Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2024:1451

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2024
Publicatiedatum
11 oktober 2024
Zaaknummer
22/02271
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 lid 2 sub 2 SrArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken geldige cassatiemiddelen in gewelddadige overvalzaak

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een gewelddadige overval in 2013 op een geld- en waardetransportbedrijf in Best. De overval werd gekenmerkt door het gebruik van explosieven, vuurwapens en brandstichting, waarbij medewerkers zich verschansten en er op een politieauto werd geschoten.

De verdachte stelde in cassatie dat het bewezenverklaarde niet voldoende uit het bewijsmateriaal zou volgen en dat het hof onvoldoende had gereageerd op de verdediging. De Hoge Raad benadrukt dat alleen stellige en duidelijke klachten over schending van rechtsregels of vormvoorschriften als cassatiemiddelen gelden. De ingediende schriftuur voldeed hier niet aan.

Daarnaast is niet voldaan aan het vereiste van tijdige indiening van cassatiemiddelen door een raadsman, zoals voorgeschreven in artikel 437 lid 2 Sv Pro. Hierdoor verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en blijft het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige cassatiemiddelen en het niet tijdig indienen van een schriftuur.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02271
Datum15 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 juni 2022, nummer 20-000004-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat in Amsterdam, een schriftuur ingediend.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 oktober 2024.