Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 januari 2024.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een moord gepleegd in 2018 in een foodtruck op Curaçao waarbij de verdachte drie kogels afvuurde op het slachtoffer en daarnaast in het bezit was van een vuurwapen en munitie. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De klachten in cassatie betroffen onder meer het gebruik van een 'de auditu'-verklaring van personen wier identiteit niet duidelijk was, het betwisten van de relevantie van bewijsmateriaal, onbetrouwbare getuigenverklaringen en het ontbreken van inhoudelijke terugvindbaarheid van bepaalde bewijsstukken in het vonnis. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het vonnis.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat het niet noodzakelijk was om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht te beantwoorden. Hiermee blijft het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor moord en vuurwapenbezit.