ECLI:NL:HR:2024:1385
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingnavorderingen
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 november 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014 tot en met 2016 en de aanslag over 2017 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand en worden de belastingaanslagen en de daarbij behorende beschikkingen inzake belastingrente bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.