ECLI:NL:HR:2024:1356
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak voorzieningenrechter niet-ontvankelijk
De zaak betreft een beroep in cassatie ingesteld door X tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland van 19 april 2024. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover de wet dit toestaat.
In deze zaak is toepassing gegeven aan artikel 8:84, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 28, lid 4, letter c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) bepaalt expliciet dat tegen uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank die met toepassing van dit artikel zijn gedaan, geen cassatieberoep mogelijk is. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft tevens besloten dat er geen aanleiding is om de proceskosten aan de zijde van X te veroordelen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Boerlage en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens wettelijke uitsluiting.