ECLI:NL:HR:2024:1287

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
22/01623
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 420bis.1.b Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen witwassen, veroordeling medeplichtigheid bevestigd door Hoge Raad

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 15 april 2022, waarin de verdachte werd vrijgesproken van medeplegen witwassen en veroordeeld voor medeplichtigheid. Het hof oordeelde dat sprake was van een gerechtvaardigd witwasvermoeden en dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de op zijn bankrekeningen gestorte gelden uit een misdrijf afkomstig waren.

De verdediging voerde diverse bewijsklachten aan, onder meer over de criminele herkomst van de gelden, het opzet van verdachte en de kwalificatie van medeplegen. De Hoge Raad concludeert dat deze klachten niet leiden tot cassatie, omdat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld.

De Hoge Raad merkt op dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, maar ziet geen aanleiding voor een ander rechtsgevolg gezien de korte duur van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden.

Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De straf wordt verminderd conform de conclusie van de advocaat-generaal, maar dat is niet onderwerp van cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand met een gevangenisstraf van drie maanden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01623
Datum24 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 april 2022, nummer 21-004308-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.D. Nijenhuis, advocaat in Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 september 2024.