ECLI:NL:HR:2024:1256

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2024
Publicatiedatum
19 september 2024
Zaaknummer
23/04852
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2:355 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in ondernemingsrechtelijke enquêteprocedure met ontbinding vennootschappen

In deze zaak stond een cassatieberoep centraal tegen een beschikking van de Ondernemingskamer waarin werd geoordeeld dat twee vennootschappen wanbeleid hadden gepleegd en ontbonden moesten worden als definitieve voorziening. De verzoekster, Lamb Shepherd Holding B.V., stelde onder meer dat het oordeel over wanbeleid en ontbinding alleen op tijdig verzoek van een persoon genoemd in artikel 2:355 lid 1 BW Pro kon worden uitgesproken en dat ontbinding slechts als ultimum remedium kan worden toegepast.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van het gerechtshof Amsterdam en de Ondernemingskamer. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad het beroep heeft afgewezen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de ontbindingsbeschikking van 2 oktober 2023 en benadrukt dat de motiveringsklachten onvoldoende zijn. De kosten van het geding in cassatie worden toegewezen aan de zijde van de verweerders, met een specificatie van verschotten en salaris. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontbinding van de vennootschappen wegens wanbeleid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04852
Datum20 september 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Lamb,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
1. BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS tot cassatie,
hierna: Byblos c.s.,
advocaat: K. Aantjes,
3. [verweerder 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
4. CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
5. STICHTING ADMINISTATIEKANTOOR CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
6. [verweerder 6] ,
wonende te [woonplaats] ,
7. [verweerder 7] ,
wonende te [woonplaats] ,
8. [verweerder 8] ,
wonende te [woonplaats] ,
9. RABONI O.G. B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders 3 t/m 9] ,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.246.365/01 OK van het gerechtshof Amsterdam van 27 november 2018, 3 december 2018 en 28 augustus 2019, de beschikking in de zaak 200.249.755/01 OK van het gerechtshof Amsterdam van 29 januari 2019 en de beschikkingen in beide zaken van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2019, 9 december 2019, 19 juni 2023 en 2 oktober 2023.
Lamb heeft tegen de beschikking van de ondernemingskamer van 2 oktober 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Byblos c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen en aan [verweerders 3 t/m 9] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Lamb heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking de ondernemingskamer beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Lamb in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 3 t/m 9] begroot op nihil, en aan de zijde van Byblos c.s. begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
20 september 2024.