Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van Lamb heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 september 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond een cassatieberoep centraal tegen een beschikking van de Ondernemingskamer waarin werd geoordeeld dat twee vennootschappen wanbeleid hadden gepleegd en ontbonden moesten worden als definitieve voorziening. De verzoekster, Lamb Shepherd Holding B.V., stelde onder meer dat het oordeel over wanbeleid en ontbinding alleen op tijdig verzoek van een persoon genoemd in artikel 2:355 lid 1 BW Pro kon worden uitgesproken en dat ontbinding slechts als ultimum remedium kan worden toegepast.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van het gerechtshof Amsterdam en de Ondernemingskamer. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad het beroep heeft afgewezen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de ontbindingsbeschikking van 2 oktober 2023 en benadrukt dat de motiveringsklachten onvoldoende zijn. De kosten van het geding in cassatie worden toegewezen aan de zijde van de verweerders, met een specificatie van verschotten en salaris. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontbinding van de vennootschappen wegens wanbeleid.