Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
30 januari 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 30 januari 2024 het arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 mei 2022 vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft in een zaak over voorbereidings- en bevorderingshandelingen met betrekking tot handel in cocaïne, MDMA en methamfetamine, medeplegen van schuldwitwassen en uitvoer van drugs.
Het hof had een gevangenisstraf van zes jaren opgelegd en een omvangrijke verbeurdverklaring van digitale gegevensdragers en andere voorwerpen uitgesproken. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gezamenlijke voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat niet is aangetoond dat deze voorwerpen daadwerkelijk in de relatie staan tot de bewezenverklaarde feiten zoals vereist onder art. 33a lid 1 Sr.
Daarnaast heeft het hof ten onrechte bij de strafoplegging rekening gehouden met de emotionele waarde van de te verbeurdverklaren voorwerpen in het voordeel van de verdachte. Hierdoor is de strafoplegging niet zorgvuldig gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug aan het hof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing. Het overige van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.