ECLI:NL:HR:2024:1173

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
23/03744
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:231 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg polisvoorwaarde opstalverzekering en toepassing artikel 6:231 BW

Unigarant N.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 juni 2023, waarin een geschil over de uitleg van een polisvoorwaarde in een opstalverzekering centraal stond. De verzekeringsnemer was in eerste aanleg en hoger beroep verschenen, maar in cassatie is verstek verleend.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant en het arrest van het hof voor het gedingverloop en de feiten. De klachten van Unigarant tegen het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig, omdat de beoordeling van de klachten geen vragen oproept die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep wordt verworpen en Unigarant wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van de verzekeringsnemer op nihil worden begroot.

Het arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Unigarant wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/03744
Datum13 september 2024
ARREST
In de zaak van
UNIGARANT N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
hierna: Unigarant,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
[de verekeringnemer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [de verekeringnemer],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/361293 / HA ZA 20-504 van de rechtbank Oost-Brabant van 7 oktober 2020 en 4 augustus 2021;
b. het arrest in de zaak 200.302.393/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 juni 2023.
Unigarant heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [de verekeringnemer] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Unigarant heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Unigarant in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verekeringnemer] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 september 2024.