ECLI:NL:HR:2024:1155

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2024
Publicatiedatum
9 september 2024
Zaaknummer
22/03504
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie in zaak openlijke geweldpleging op Texel

In deze strafzaak stond openlijke geweldpleging centraal, gepleegd door verdachte en medeverdachte in een conflict over gehuurde scooters op Texel. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en geoordeeld dat de geweldshandelingen openlijk hadden plaatsgevonden. De verdediging klaagde in cassatie over de bewijsvoering, met name over het feit dat uit de bewijsmiddelen niet exact kon worden afgeleid waar de geweldshandelingen precies waren gepleegd.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, aangezien de kwestie niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

Deze uitspraak bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat geweldshandelingen als openlijk kunnen worden aangemerkt, ook wanneer de precieze locatie niet exact kan worden vastgesteld uit het bewijsmateriaal. Hiermee wordt de bewijsstandaard in zaken over openlijke geweldpleging bevestigd.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Buruma en van Strien, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Hart, tijdens een openbare terechtzitting op 10 september 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03504
Datum10 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 september 2022, nummer 23-003028-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Vos, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 september 2024.