ECLI:NL:HR:2024:1143

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 september 2024
Publicatiedatum
6 september 2024
Zaaknummer
23/02380
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROEuropese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over privaatrechtelijk gebruiksrecht elektrisch laadstation en compensatieafspraak convenant

In deze zaak stond centraal de vraag of de Staat terecht het privaatrechtelijk gebruiksrecht aan exploitanten van elektrische laadstations heeft verleend en tegelijkertijd toestemming voor een gemakswinkel heeft geweigerd vanwege een compensatieafspraak in een convenant met vergunninghouders van tankstations. De procedure begon bij de rechtbank Den Haag met meerdere vonnissen in 2018 en 2021, waarna het gerechtshof Den Haag op 21 maart 2023 een arrest uitbracht dat de Staat aanvocht in cassatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de Staat beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat een belangenafweging had plaatsgevonden waarbij het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel waren betrokken, evenals dwingende redenen van algemeen belang. Tevens speelde de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG) een rol in de beoordeling. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op een totaal van €3.057 exclusief wettelijke rente.

De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2024. Hiermee is de juridische discussie over het gebruiksrecht en de compensatieafspraak in het convenant definitief beslecht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Den Haag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02380
Datum6 september 2024
ARREST
In de zaak van
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Rijksvastgoedbedrijf),
zetelende te Den Haag,
EISER tot cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
1. FASTNED B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. THE FAST CHARGING NETWORK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: Fastned c.s.,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/555491 / HA ZA 18-726 van de rechtbank Den Haag van 17 oktober 2018, 19 december 2018 en 14 april 2021;
b. het arrest in de zaken 200.300.746/01 en 200.300.946/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 maart 2023.
De Staat heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Fastned c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Staat heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fastned c.s. begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Staat deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
6 september 2024.