ECLI:NL:HR:2024:1137

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 september 2024
Publicatiedatum
5 september 2024
Zaaknummer
23/03378
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake aansprakelijkheid accountant jegens derden

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een accountant jegens derden centraal. Eiseressen, woonachtig te verschillende plaatsen, stelden dat verweerders aansprakelijk waren. De procedure begon bij de rechtbank Gelderland met meerdere vonnissen in 2017, 2018 en 2019, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 mei 2023 een arrest wees.

Eiseressen stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, terwijl verweerders voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelden. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep van eiseressen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseressen niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering te geven, omdat het oordeel niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het voorwaardelijke incidentele beroep van verweerders werd niet behandeld omdat het principale beroep werd verworpen.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep van eiseressen af en veroordeelde hen in de proceskosten, begroot op een totaal van €4.335,--, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan. Het arrest werd op 6 september 2024 gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/03378
Datum6 september 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. CIMIJO BEHEER B.V.,
gevestigd te Bilthoven,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaten: M.S. van der Keur en D.M. de Knijff.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken C/05/325850 / HA ZA 17-467 / 1362/871 en C/05/332271 / HA ZA 18-6/1362/871 van de rechtbank Gelderland van 13 december 2017, 14 maart 2018 en 25 september 2019;
b. de arresten in de zaak 200.283.225 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 oktober 2021 en 30 mei 2023.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof van 30 mei 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
6 september 2024.