Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
27 augustus 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafproces over (poging tot) inbraken en overvallen in wooncomplexen waar zorgbehoevende ouderen wonen. Hierbij werden sleutelkastjes opengebroken, woningen betreden, fysiek geweld uitgeoefend op aanwezige bewoners, alarmknoppen afgenomen en waardevolle goederen ontvreemd. De verdachte werd in eerste aanleg deels vrijgesproken.
In hoger beroep oordeelde het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat de verdachte schuldig was, waarbij het bewijs onder meer bestond uit schakelbewijsconstructies en getuigenverklaringen over de herkomst van een kluis. De verdachte stelde in cassatie diverse bewijsklachten, onder andere over de koppeling van een aangetroffen schroevendraaier aan hem en het gebruik daarvan bij het openbreken van sleutelkastjes.
De Hoge Raad concludeert, op basis van de conclusie van de advocaat-generaal, dat de cassatiemiddelen niet leiden tot vernietiging van het arrest. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, maar zonder verdere rechtsgevolgen. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor inbraken en overvallen in wooncomplexen voor ouderen.