ECLI:NL:HR:2024:1095

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
26 augustus 2024
Zaaknummer
23/01269
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 SrArt. 312 lid 2 SrArt. 416 lid 1 sub a SrArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijs en verwerpt cassatie in zaak inbraken en overvallen in wooncomplexen voor ouderen

De zaak betreft een strafproces over (poging tot) inbraken en overvallen in wooncomplexen waar zorgbehoevende ouderen wonen. Hierbij werden sleutelkastjes opengebroken, woningen betreden, fysiek geweld uitgeoefend op aanwezige bewoners, alarmknoppen afgenomen en waardevolle goederen ontvreemd. De verdachte werd in eerste aanleg deels vrijgesproken.

In hoger beroep oordeelde het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat de verdachte schuldig was, waarbij het bewijs onder meer bestond uit schakelbewijsconstructies en getuigenverklaringen over de herkomst van een kluis. De verdachte stelde in cassatie diverse bewijsklachten, onder andere over de koppeling van een aangetroffen schroevendraaier aan hem en het gebruik daarvan bij het openbreken van sleutelkastjes.

De Hoge Raad concludeert, op basis van de conclusie van de advocaat-generaal, dat de cassatiemiddelen niet leiden tot vernietiging van het arrest. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, maar zonder verdere rechtsgevolgen. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor inbraken en overvallen in wooncomplexen voor ouderen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01269
Datum27 augustus 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2023, nummer 20-000134-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De vier cassatiemiddelen klagen dat het bewezenverklaarde niet uit de gebruikte bewijsmiddelen kan worden afgeleid. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 augustus 2024.