Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 juni 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor meervoudige diefstal door verbreking, zoals bedoeld in art. 311 lid 1 sub Pro 5 Sr. De advocaat van verdachte heeft een cassatiemiddel ingediend en aanvullend gesteld dat er onvolkomenheden waren bij de beëdiging van een of meer raadsheren die het hofarrest hebben gewezen.
De Hoge Raad heeft dit beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform art. 81 lid 1 Wet Pro RO.
Daarnaast heeft de Hoge Raad het eerdere arrest HR:2022:1438 gevolgd, waarin werd bepaald dat onvolkomenheden bij beëdiging van raadsheren niet altijd tot vernietiging leiden. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 20 juni 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.