Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
24 januari 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2019 in Eygelshoven, waarbij hij na een ruzie in het uitgaansleven met een mes in het hart van het slachtoffer stak. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde de verdachte bij arrest van 28 januari 2022. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De verdediging diende een schriftuur in, maar de procureur-generaal bij de Hoge Raad bracht geen schriftelijk advies uit. De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en oordeelde dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. Dit arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.