Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
16 juni 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen TVM c.s. en [verweerder] over de verdeling van executie-opbrengsten uit derdenbeslagen die TVM c.s. ten laste van [verweerder] en medeschuldenaren heeft gelegd. [Verweerder] vordert opheffing van beslagen en schorsing van executie.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit en schorste de tenuitvoerlegging totdat is vastgesteld wat TVM c.s. nog van [verweerder] te vorderen hebben. Het hof oordeelde dat voor een andere verdeling van executie-opbrengsten dan wettelijk bepaald instemming van de geëxecuteerden vereist is.
De Hoge Raad stelt dat schuldeisers bevoegd zijn om af te zien van meedeling in executie-opbrengst zonder instemming van de schuldenaar of medeschuldeisers, ook als dit leidt tot een afwijkende verdeling. De procedurele regels in art. 480 e.v. Rv staan dit niet in de weg. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het TVM c.s. in de proceskosten heeft veroordeeld, nu het arrest berust op gewijzigde omstandigheden. [Verweerder] wordt veroordeeld in de kosten van cassatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.