Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
Bij het opleggen van elk van die naheffingsaanslagen heeft de Inspecteur – overeenkomstig de artikelen 30h en 30hb AWR in samenhang gelezen met artikel 30j AWR – bij beschikking belastingrente in rekening gebracht. Na een door de Inspecteur verleende vermindering van het rentebedrag dat verband hield met een vermindering van de naheffingsaanslag over het jaar 2015, bedraagt de aan belanghebbende in rekening gebrachte belastingrente in totaal € 405.054.
3.Beoordeling van het middel
Zoals het Hof terecht heeft overwogen, heeft de wetgever met die opmerking evenmin beoogd om in alle gevallen de bij naheffing van omzetbelasting door de inspecteur te berekenen rente gelijk te stellen aan de rente die aan het publiekrechtelijk lichaam of regionaal openbaar lichaam wordt vergoed over een met die naheffing corresponderende bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Al bij de totstandkoming van de Wet BCF is in de parlementaire toelichting erop gewezen dat de termijn voor de renteberekening met betrekking tot bijdragen uit het BTW-compensatiefonds pas ingaat in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de correctie betrekking heeft. [4] Dat leidde al tot een verschil in renteberekening tussen deze beide soorten correcties. Bij de Fiscale verzamelwet 2012 [5] is de Wet BCF aangepast in verband met de vervanging van de regeling over heffingsrente door een regeling over belastingrente. In de parlementaire toelichting op die aanpassing is opgemerkt dat de op dit punt bestaande afwijking van het voor de omzetbelasting geldende renteregime in de Wet BCF wordt gecontinueerd. Daarbij is verder opgemerkt dat rente niet langer automatisch wordt vergoed bij teruggaafbeschikkingen, maar alleen als de inspecteur na de ontvangst van een verzoek om een teruggaaf langer dan acht weken doet over het geven van een teruggaafbeschikking. [6]