ECLI:NL:HR:2023:836
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitaal indienen
In deze zaak heeft een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens het Besluit van 6 maart 2019 is een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht om digitaal te procederen. Het beroepschrift in cassatie had daarom via het webportaal van de Hoge Raad ingediend moeten worden.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener per aangetekende brief verzocht het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Ondanks ontvangst van deze brief is hieraan geen gevolg gegeven. De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:36a, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en van der Voort Maarschalk en op 2 juni 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen van het beroepschrift.