Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:779

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
20/03482
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsverdeling tussen belastingrechter en burgerlijke rechter in interregionale Caribische zaak

In deze zaak stond de bevoegdheidsverdeling tussen de belastingrechter en de burgerlijke rechter centraal in een interregionale context binnen het Caribisch gebied. De Ontvanger en de Inspecteur van de Belastingdienst stelden cassatieberoep in tegen een vonnis van het hof, waarbij het geschil betrekking had op fiscale en civielrechtelijke aspecten van vennootschappen gevestigd in Curaçao en Malta.

De Hoge Raad verwees voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Na beoordeling van de ingebrachte klachten concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot vernietiging van het hofvonnis konden leiden.

De Hoge Raad maakte gebruik van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor geen nadere motivering van het oordeel noodzakelijk was, omdat beantwoording van de vragen niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af, veroordeelde de Ontvanger en Inspecteur in de proceskosten en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 26 mei 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Ontvanger en Inspecteur wordt verworpen en het hofvonnis bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03482
Datum26 mei 2023
ARREST
In de zaak van
1. DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN EN KLEINBEDRIJF,
gevestigd te Den Haag,
2. DE STAAT DER NEDERLANDEN (DE INSPECTEUR VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN EN KLEINBEDRIJF),
zetelende te Den Haag,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna: de Ontvanger en de Inspecteur,
advocaat: J.W.H. van Wijk,
tegen
1. [de vennootschap] N.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Vennootschap,
niet verschenen,
2. MALONE LTD.,
gevestigd in Malta,
3. [verweerster 3] N.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
4. MITASCO CORPORATION N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Malone c.s.,
advocaat: D. Rijpma,
5. YVOMANTE CORPORATION N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Yvomante,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak CUR201703828 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 6 december 2018;
het vonnis in de zaak CUR201703828 / CUR2019H00010 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 28 juli 2020.
De Ontvanger en de Inspecteur hebben tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Vennootschap en Yvomante hebben geen verweerschrift ingediend.
Malone c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Ontvanger, de Inspecteur en Malone c.s. toegelicht door hun advocaten, en voor de Ontvanger en de Inspecteur mede door J.W. de Jong.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Ontvanger en de Inspecteur heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie). [1]

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Ontvanger en de Inspecteur in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Malone c.s. begroot op € 831,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Ontvanger en de Inspecteur deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan en aan de zijde van de Vennootschap en Yvomante begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
26 mei 2023.

Voetnoten

1.Zie HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:543.