ECLI:NL:HR:2023:670
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep en constateert dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken is ingediend. De termijn eindigde op 10 januari 2023, terwijl het beroepschrift pas op 24 februari 2023 werd ontvangen.
Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding, maar de aangevoerde redenen zijn onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 21 april 2023 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.