ECLI:NL:HR:2023:67

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2023
Publicatiedatum
20 januari 2023
Zaaknummer
22/03759
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 287 lid 2 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest hof Arnhem-Leeuwarden inzake niet-ontvankelijkverklaring schuldenaar WSNP

In deze zaak heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022, waarin het hof de niet-ontvankelijkverklaring van een schuldenaar op grond van artikel 287 lid 2 Faillissementswet Pro (Fw) heeft bevestigd.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep.

Bij de beoordeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de klachten van verzoeker niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03759
Datum20 januari 2023
ARREST
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: J. van Weerden.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 184477 FT RK 22/370 van de rechtbank Noord-Nederland van 10 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.314.863/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022.
[verzoeker] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
20 januari 2023.