ECLI:NL:HR:2023:63
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen watersysteem- en zuiveringsheffing
Belanghebbende was het niet eens met de door het Dagelijks Bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn opgelegde aanslagen watersysteemheffing ingezetenen, watersysteemheffing gebouwd en zuiveringsheffing over het jaar 2019. Na een uitspraak van de Rechtbank Overijssel en hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het hof de aanslagen bevestigde, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van belanghebbende niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert deze beslissing niet uitvoerig, omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast werd een verzoek van belanghebbende om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar behandeld, maar dit leidde niet tot een andere uitkomst. De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Het arrest werd op 20 januari 2023 door de raadsheren Wortel (voorzitter), Cools en van der Voort Maarschalk in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.