Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:606

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
16 april 2023
Zaaknummer
22/01780
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 lid 2 SrArt. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak over smaadschrift

In deze zaak stond de verdachte terecht voor het verspreiden van een smaadschrift door in een interview te verklaren dat zijn ex-vrouw een verzoek had ingediend om hun zoon in een gesloten instelling op te nemen, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 261 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Namens hem diende zijn advocaat een schriftuur in die deel uitmaakt van het arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en daarbij ook de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 april 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01780
Datum18 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2022, nummer 21-004521-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.J.P. Liefting, advocaat te Mijdrecht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.