Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
18 april 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het verspreiden van een smaadschrift door in een interview te verklaren dat zijn ex-vrouw een verzoek had ingediend om hun zoon in een gesloten instelling op te nemen, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 261 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Namens hem diende zijn advocaat een schriftuur in die deel uitmaakt van het arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en daarbij ook de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 april 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.