ECLI:NL:HR:2023:588
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatieprocedure belastingzaak
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting, een boetebeschikking en een beschikking heffingsrente over het jaar 2009. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland en hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde belanghebbende beroep in cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad motiveerde dit niet nader omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Wel constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure van maximaal zes maanden. Voor de naheffingsaanslag en heffingsrente leidde dit niet tot vergoeding omdat belanghebbende dit niet had verzocht. Voor de boetebeschikking, die meer dan € 1.000 bedroeg, werd de boete verminderd met 5%, wat resulteerde in een nieuwe boete van € 3.447.
De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten en sprak het arrest uit op 14 april 2023, waarbij het hofarrest en eerdere uitspraken werden vernietigd voor zover zij de boete betroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en vermindert de boete met 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn.