ECLI:NL:HR:2023:577
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Uit de stukken blijkt dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken is ingediend. Ook de daaropvolgende termijn van artikel 6:9, lid 2, Awb is niet gehaald.
Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om redenen aan te dragen voor de termijnoverschrijding, maar deze zijn niet voldoende gebleken om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.