Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:567

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
22/01670
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake klachten over vereisten en reikwijdte concernenquête

In deze zaak hebben verzoekers cassatieberoep ingesteld tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, die betrekking hadden op klachten over de vereisten voor het instellen van een concernenquête en de reikwijdte van een enquête ten aanzien van een stichting administratiekantoor.

De Hoge Raad heeft de klachten van verzoekers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikkingen van de ondernemingskamer. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat het beantwoorden van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en verzoekers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de ondernemingskamer en geeft duidelijkheid over de toepassing van het enquêterecht binnen het ondernemingsrecht, met name met betrekking tot concernenquêtes en de positie van stichtingen administratiekantoor.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekers worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/01670
Datum14 april 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [beheer- en beleggingsmaatschappij] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. STEENFABRIEK DE RIJSWAARD B.V.,
gevestigd te Aalst,
3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verzoeker 4],
wonende te [woonplaats],
5. [verzoeker 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verzoeker 6],
wonende te [woonplaats],
7. [verzoeker 7],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [verzoekers],
advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong,
tegen
1. [beheermaatschappij 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [beheermaatschappij 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [beheermaatschappij 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [beheermaatschappij 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweersters],
advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim,
en
1. [belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats],
2. STICHTING RIJSWAARD,
gevestigd te Aalst,
3. [belanghebbende 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [belanghebbende 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [belanghebbende 5],
wonende te [woonplaats],
6. [belanghebbende 6],
wonende te [woonplaats],
BELANGHEBBENDEN,
hierna gezamenlijk: de overige belanghebbenden,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.299.721/02 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 3 februari 2022, 14 februari 2022 en 16 maart 2022.
[verzoekers] hebben tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De overige belanghebbenden hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [verzoekers] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van de ondernemingskamer beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoekers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van de overige belanghebbenden begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.J. Kroeze en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
14 april 2023.