ECLI:NL:HR:2023:547

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
20/04205
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 552a Wetboek van StrafvorderingArt. 94 Wetboek van StrafvorderingArt. 134 lid 2 sub b Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op geldbedrag bij verdenking handel drugs

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland over een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Het geschil draait om beslaglegging op een geldbedrag van €2.570,- dat was aangetroffen in een vaas in de woonkamer onder de broer van klager, die was veroordeeld voor handel in cocaïne en heroïne.

Klager stelde dat de rechtbank hem als belanghebbende had moeten aanmerken en dat het beslag niet terecht was. De Hoge Raad heeft overwogen dat de klachten van klager niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij is geoordeeld dat het niet noodzakelijk is om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat klager niet redelijkerwijs als rechthebbende van het geldbedrag kan worden beschouwd en dat de procedure omtrent het beslag correct is verlopen. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04205 B
Datum18 april 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 1 december 2020, nummer RK 19/2600, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben T.P.A.M. Wouters en R.I. Takens, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.