Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
11 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een 28-jarige verdachte die werd veroordeeld voor ontucht met een 15-jarig meisje. Het hof 's-Hertogenbosch had de verdachte schuldig bevonden en een straf opgelegd. In cassatie stelde de verdachte onder meer dat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende steunbewijs had en dat het bewijsminimum niet was gehaald.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade door het hof toereikend gemotiveerd bevonden.
Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en het arrest werd openbaar uitgesproken op 11 april 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor ontucht met een minderjarige.