ECLI:NL:HR:2023:496

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
21/02823
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 416 lid 2 SvArt. 9.7 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake rijden tijdens ingevorderd rijbewijs en aanhoudingsverzoek

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor het rijden terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Tevens speelde een procedurele kwestie over een aanhoudingsverzoek van de raadsman, die niet gemachtigd was en stelde niet op de hoogte te zijn van de verblijfplaats van de verdachte.

De Hoge Raad heeft in een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2023:117) geoordeeld dat het eerste cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden. De advocaat-generaal heeft vervolgens geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Bij de beoordeling van het tweede cassatiemiddel heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de klachten tegen het hof niet leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02823
Datum11 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2021, nummer 22-002051-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Verdere procesverloop in cassatie

De Hoge Raad heeft bij arrest van 31 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:117, geoordeeld dat het eerste cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden. Bij dat arrest is de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het tweede cassatiemiddel.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 april 2023.