ECLI:NL:HR:2023:476

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2023
Publicatiedatum
24 maart 2023
Zaaknummer
21/01895
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Peek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken cassatiemiddelen

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 april 2021. Ondanks het instellen van het beroep zijn er geen cassatiemiddelen door de advocaat van de verdachte ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep van de verdachte niet in behandeling kunnen nemen vanwege het ontbreken van een schriftuur met klachten, zoals vereist op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dit leidt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 28 maart 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01895
Datum28 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 april 2021, nummer 20-001271-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 maart 2023.