Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
4 april 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het beledigen van politieagenten door hen de woorden “kankerlijers” toe te voegen en door het opsteken van de middelvinger tijdens de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte schuldig bevonden en veroordeeld.
De verdachte stelde in cassatie verschillende klachten aan de orde, waaronder een bewijsklacht over het bestanddeel dat de belediging moest plaatsvinden gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Tevens werd geklaagd over de afwijzing van het verzoek in hoger beroep om de beledigde politieagenten als getuigen te horen over de waarneming van het opsteken van de middelvinger.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het hof terecht had geoordeeld dat er geen reden was om te twijfelen aan de proces-verbaal op ambtseed opgemaakte verklaringen van de getuigen. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor belediging van politieagenten.