Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 maart 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een 51-jarige verdachte werd veroordeeld voor meermalen gepleegde jeugdprostitutie met betrekking tot een 16-jarige jongen. Het hof had bij zijn bewijswaardering onder meer acht geslagen op verklaringen van het slachtoffer en veroordelingen in strafzaken tegen medeverdachten.
De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden.
De Hoge Raad zag geen noodzaak tot motivering van het oordeel omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 21 maart 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor jeugdprostitutie.