Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak staat een geschil tussen broer en zus centraal over de uitleg van het testament van hun vader, waarbij artikel 4:46 lid 1 BW Pro een rol speelt. De procedure begon bij de rechtbank Midden-Nederland en werd voortgezet bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 25 januari 2022 een arrest wees.
De zus stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl de broer verweer voerde tot verwerping van dat beroep. De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit die strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de zus schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad heeft de klachten van de zus beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en bepaald dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is op 24 februari 2023 gewezen door de raadsheren ter Heide, Salomons en Teuben en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de zus wordt verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.