Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van de curatoren heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak hebben de curatoren in het faillissement van Haeresteijn Holding B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betreft een vordering uit onverschuldigde betaling op grond van artikel 6:203 BW Pro. De curatoren stelden dat de gelden ten onrechte waren ontvangen door de rekeninghouder voor en ten behoeve van de bestuurder.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant en het hof 's-Hertogenbosch voor het feitencomplex en de procesgang. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de curatoren schriftelijk hebben gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de curatoren niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het hof had geoordeeld dat de betaling een rechtsgrond had in de verhouding tussen de vennootschap en de bestuurder. De Hoge Raad acht het niet nodig om nadere motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de curatoren in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest is gewezen door de president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.