ECLI:NL:HR:2023:279

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
22 februari 2023
Zaaknummer
21/04535
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 36e.2 Sr (oud)Art. 36e.3 Sr (oud)
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij Opiumwetdelicten

De betrokkene werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met betrokkenheid bij meerdere Opiumwetdelicten. In cassatie werd betoogd dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren dat de betrokkene zich voorafgaand aan de bewezenverklaarde periode schuldig had gemaakt aan strafbare feiten, mede gelet op voorbereidingshandelingen met betrekking tot de invoer van cocaïne.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat beantwoording van de gestelde vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep werd derhalve verworpen. Dit arrest bevestigt de toepassing van de methode van eenvoudige kasopstelling bij de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van de oude artikelen 36e.2 en 36e.3 Sr en benadrukt de vereiste van concrete aanwijzingen voor strafbare gedragingen voorafgaand aan de bewezenverklaarde periode.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04535 P
Datum21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 1 november 2021, nummer 22-005620-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben N. Gonzalez Bos en J.S. Nan, beiden advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 februari 2023.