Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:265

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
21/04736
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 36f SrArt. 57 SrArt. 58 SrArt. 60a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging hofuitspraak wegens overschrijding maximale gijzeling schadevergoedingsmaatregel

In deze zaak is het beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin een verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 jaar wegens moord. Het cassatieberoep richt zich onder meer op de strafmotivering, de duur van de gijzeling bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen en de verdiscontering van een wijziging in de VI-regeling.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de strafmotivering en de verdiscontering van de VI-regeling niet leiden tot vernietiging van het arrest. Wel wordt geoordeeld dat de duur van de gijzeling die het hof heeft opgelegd ter vervanging van de schadevergoedingsmaatregelen de wettelijke maximumduur van één jaar overschrijdt. Volgens de Hoge Raad moet onder één jaar 360 dagen worden verstaan.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gijzeling en stelt deze vast op 326 dagen voor de maatregel ten behoeve van het eerste slachtoffer en 34 dagen voor het tweede slachtoffer. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften omtrent de maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest uitsluitend voor de duur van de gijzeling en stelt deze vast op maximaal 360 dagen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04736
Datum21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 november 2021, nummer 20-002760-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het de duur van de gijzeling betreft, waarbij de Hoge Raad de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden opgelegd kan bepalen op 360 dagen.

2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat met betrekking tot de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen de duur van de gijzeling is bepaald op in totaal 365 dagen.
3.2
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door respectievelijk 330 en 35 dagen gijzeling.
3.3
Op grond van artikel 36f lid 5 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bepaalt de rechter bij de oplegging van de maatregel de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) gijzeling kan worden toegepast. De duur van de gijzeling beloopt – ook in gevallen van samenloop zoals bedoeld in artikel 57 en Pro 58 Sr (vgl. artikel 60a Sr) – ten hoogste één jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder één jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:714).
3.4
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen en zelf de duur van de gijzeling verminderen in die zin dat is voldaan aan het wettelijk bepaalde maximum van één jaar.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de gijzeling die is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] gijzeling van 326 dagen kan worden toegepast en ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] gijzeling van 34 dagen kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 februari 2023.