Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
21 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor seksueel binnendringen van een minderjarige onder twaalf jaar. Het hof baseerde de bewezenverklaring op verklaringen van het slachtoffer en haar moeder, waarbij het hof oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer voldoende steun vond in die van de moeder.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie omtrent het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro, dat vereist dat een bewezenverklaring niet uitsluitend mag steunen op de verklaring van één getuige zonder voldoende steunbewijs. De Hoge Raad oordeelt dat de verklaring van de moeder onvoldoende steun biedt voor de verklaringen van het slachtoffer.
Daarmee is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en faalt het bewijsminimum. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende steunbewijs en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.