ECLI:NL:HR:2023:236

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
15 februari 2023
Zaaknummer
21/00726
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 10a.1 jo. 10.4 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake bewijsgebruik getuigenverklaring bij productie MDMA en amfetamine

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag over voorbereidingshandelingen met betrekking tot de productie van MDMA en amfetamine. De verdediging stelde dat de verklaring van een niet-ondervraagde getuige onvoldoende betrouwbaar was, mede doordat deze getuige onvindbaar was en daardoor niet kon worden ondervraagd.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het hof voldoende heeft onderzocht of er compensatie was voor de beperkingen die de verdediging ondervond bij het toetsen van de betrouwbaarheid van deze getuigenverklaring. De klachten van de verdediging konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om een uitgebreide motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00726
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021, nummer 22-000040-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats] in [geboortedatum01] 1966,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.