ECLI:NL:HR:2023:22

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2023
Publicatiedatum
11 januari 2023
Zaaknummer
21/01897
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 163 lid 3 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in diefstalzaak paspoort en sleutelbos

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 april 2021, waarin hij werd veroordeeld voor diefstal van een paspoort en sleutelbos. De verdachte voerde meerdere klachten aan, waaronder dat het hof de bewezenverklaring baseerde op bewijsmiddelen die niet op het feit betrekking hadden en dat het hof onterecht geen gevolg gaf aan het ontbreken van een ondertekende aangifte van het slachtoffer.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof zonder nadere motivering terecht een tussentijdse gevangenisstraf heeft gelast, ondanks het verzoek van de verdediging om verlenging van de proeftijd in plaats daarvan.

De Hoge Raad heeft de grieven verworpen en het beroep in cassatie afgewezen. De beslissing is genomen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor diefstal van paspoort en sleutelbos blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01897
Datum10 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 april 2021, nummer 22-001373-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] in 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.G. Schroeder, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 januari 2023.