ECLI:NL:HR:2023:218

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
21/00604
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.b SrArt. 422.2 SvArt. 359.6 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen witwassen op Schiphol

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 februari 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een geldbedrag van meer dan €100.000, aangetroffen op Schiphol. De verdachte en haar zus werden op Schiphol aangehouden met ieder meer dan €100.000 verstopt in hun ondergoed.

In cassatie werden verschillende klachten ingebracht, waaronder de vraag of het hof mede beraadslaagd had naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, terwijl het proces-verbaal van die zitting niet in het dossier aanwezig was. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een verzoek om nader onderzoek in Marokko naar de herkomst van het geld, en werd het verweer gevoerd dat het geld een legale herkomst had.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het hof had voldoende motieven gegeven voor de veroordeling en het oordeel over het bewijs. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering en wees het cassatieberoep af. De strafmotivering van zeven maanden gevangenisstraf bleef daarmee in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen witwassen met een gevangenisstraf van zeven maanden blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00604
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 februari 2021, nummer 23-001812-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.