Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
14 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 februari 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een geldbedrag van meer dan €100.000, aangetroffen op Schiphol. De verdachte en haar zus werden op Schiphol aangehouden met ieder meer dan €100.000 verstopt in hun ondergoed.
In cassatie werden verschillende klachten ingebracht, waaronder de vraag of het hof mede beraadslaagd had naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, terwijl het proces-verbaal van die zitting niet in het dossier aanwezig was. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een verzoek om nader onderzoek in Marokko naar de herkomst van het geld, en werd het verweer gevoerd dat het geld een legale herkomst had.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het hof had voldoende motieven gegeven voor de veroordeling en het oordeel over het bewijs. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering en wees het cassatieberoep af. De strafmotivering van zeven maanden gevangenisstraf bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen witwassen met een gevangenisstraf van zeven maanden blijft in stand.